De eerste bekende officiële documenten over de familie Van Sypesteyn stammen uit de 16de-eeuw. Het gaat om een lakenkoopman in Utrecht wiens nazaten zich tot regenten opwerkten, die belangrijke posities in de toenmalige Republiek vervulden. De familie verhuisde naar Holland, waar de buitenplaats Het Hof van Hillegom, in haar bezit kwam. Daar ontvingen ze hoge gasten, zoals hun neef, raadspensionaris Johan de Witt. Het leen Sypesteyn in Loosdrecht werd in de 17de-eeuw door de familie aangekocht en het daarop staande huis werd opnieuw opgebouwd en vervolgens bij oorlogshandelingen weer verwoest. De grond werd aan Loosdrechtse boeren verpacht en begin 19de-eeuw verkocht aan een bewoner van een boerderij op het terrein. Pas rond het jaar 1900 slaagt jonkheer Henri van Sypesteyn er in de grond weer in de familie terug te brengen. Hij vatte het plan op om het familiekasteel, waarvan hij dacht dat het daar gestaan had, weer op te bouwen. Het zou moeten dienen om de omvangrijke collecties van de verwoede verzamelaar Van Sypesteyn te tonen ter meerdere eer en glorie van zijn voorname familie, waarvan hij de laatste mannelijke telg was.

Voorname familie

Voor zover bekend spelen de Van Sypesteyns al sinds het midden van de zestiende eeuw een voorname rol. Zij zijn rijk geworden van de lakenhandel. Dat geeft aanzien en de Spaanse koning – later de Oranjes – benoemt hen in diverse openbare functies. Begin 19de-eeuw doet Wigbold van Sypesteyn alle moeite om voor zijn geslacht een adellijke titel te verkrijgen. Omdat hij geen afstamming kan bewijzen tot in de 13de-eeuw, wijst de Hoge Raad van Adel zijn verzoek af. Maar koning Willem I verheft de Van Sypesteyns, samen met andere Nederlandse families, in september 1815 in de adelstand ter gelegenheid van zijn inhuldiging ‘willende, bij gelegenheid der vestiging van de Koninklijke Magt en van Onze inhuldiging, een blijk Onzer genegenheid geven’. Een poging van vader Jan Willem van Sypesteyn om de verheffing te laten omzetten in erkenning wordt in 1844 opnieuw afgewezen.

Stamboom
Iedereen heeft twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders, enz. Zet je jezelf onderaan een tekening en vroegere generaties daar steeds boven, dan ontstaat de vorm van een boom; die familie- of stamboom wordt naar boven toe steeds breder. Je kunt ook nog zij-takken toevoegen; je broers en je zussen, ooms en tantes en daar weer de kinderen van. Dat geldt natuurlijk ook voor de Van Sypesteyns.

In 1670 laat Cornelis Ascanius I van Sypesteyn, Heer van Hillegom, als eerste in de familie zo’n stamboom schilderen. Die gaat tot Willem Hallinck terug. Onder aan die stamboom heeft hij als trotse eigenaar het kasteel met schuin er tegenover de Sijpekerk laten afbeelden.

Na deze Cornelis Ascanius volgen nog dertien generaties voordat we bij de laatste jonkheer Henri terecht komen. Daarin komt negen keer de naam Cornelis Ascanius voor. Om die negen uit elkaar te houden nummeren we ze eenvoudig van I t/m IX.

Familiewapen
Op het toegangshek laat Cornelis Ascanius de familiewapens aanbrengen van zijn eigen familie en van die van zijn vrouw Maria van der Horn. Je hebt zo’n symbool of herkenningsteken als je van adel of van een voorname familie bent. Ook steden en landen hebben zo’n symbool.

Op het Sypesteyn-wapen staan drie vogels afgebeeld zonder snavel en zonder poten. Het zijn zogenaamde merletten. Natuurlijk bestaat zo’n vogel niet in het echt, maar in de heraldiek kan dit allemaal. Verder is het wapen rood en geel, kleuren die je weer terugvindt op de luiken van het kasteel.

Naar Haarlem
Utrecht is in de 16de-eeuw een van de belangrijkste steden van ons land en tot in de 17de-eeuw vind je de naam Van Sypesteyn regelmatig terug als burgemeester en een aantal keren als domkanunnik, een erebaantje in de kerk, dat jaarlijks een mooie som geld oplevert. In het Van Sypesteyn-archief bevinden zich gegevens over Evert Lambertsz van Sypesteyn. Van deze Utrechtse lakenkoopman weten we dat hij in 1529 is getrouwd met Geertruid Hoyer. Van zijn vader, die natuurlijk Lambert geheten moet hebben, geen spoor en dus is Evert Lambertsz de eerste ons bekende Van Sypesteyn. Hij overlijdt in 1577 en zijn vrouw en hij worden in de Utrechtse Buurkerk begraven. Van hun zoons Maarten Evertsz en Hendrik Evertsz hangen portretten in de Lage Zaal van Sypesteyn.

Maarten Evertsz trouwt met Beatrix Schade. Hij begint, net als zijn vader, als lakenkoopman, maar als hij achtentwintig jaar oud is, wordt hij Commissaris des Vivres (levensmiddelen) in het leger van Philips II. Een paar jaar later kiest hij de kant van Willem van Oranje en krijgt dan in het opstandelingenleger dezelfde functie. Zijn zoon Johan Maartensz trouwt met Catharina. Ze komt uit de rijke familie Van Nijenrode en Johan Maartensz kan zo de buitenplaats ’t Hof van Hillegom aan het bezit van de Van Sypesteyns toevoegen. Hij verhuist ook naar Hillegom en wordt de stamvader van de Haarlemse Van Sypesteyns. Zijn portret en die van zijn schoonouders, Cornelis van Nijenrode en Catharijna van Neverum, hangen in de Gotische Kamer.

Het stadhouderlijk hof
Van Johan zijn twee almanakken uit 1595 en 1599 bewaard gebleven, die tot de oudsten in Nederland behoren. De piepkleine boekjes zijn zeldzaam. Ze waren eigenlijk voor huis-, tuin- en keukengebruik bedoeld, gingen snel kapot en werden dus meestal niet bewaard.

In het kalenderdeel maakt Johan aantekeningen over zijn reizen. De meeste ervan zijn kort en vermelden voornamelijk waar hij is of waar hij naar toegaat. Bijvoorbeeld: van Leiden tot Warmond. Van Den Haag naar Hillegom etc. Op 13 mei 1595 staat – kort en schijnbaar zonder emotie – een aantekening van heel andere aard: ‘Mijn zoon Cornelis inden Haghe gestorven, den 14de in de grote kerck bij zijn mo(e)der begraven..’. Hieruit mogen we opmaken, dat Johan eerder weduwnaar is en deze Cornelis uit dit eerdere huwelijk geboren. Hij en Catharina krijgen in datzelfde jaar opnieuw een zoon,die zij Cornelis noemen. Zij hebben dan al een dochter, Beatrijs van Sypesteyn.

Johan wordt een gerespecteerd heer en ook zijn kinderen sluiten zeer goede huwelijken: Cornelis trouwt met Geertruid van den Corput, dochter van een voornaam Dordrechts koopman en regent. Beatrijs wordt in 1613 de vrouw van Jacob van der Does, raad en griffier van stadhouder Frederik Hendrik en beheerder van de goederen van de Oranjes in Frankrijk. Daarmee verkeert Beatrijs aan het stadhouderlijk hof van Frederik Hendrik en Amalia van Solms.

Familieportretten
Wij vinden het nu vanzelfsprekend om afbeeldingen van familieleden in huis te hebben. Maar toen er nog geen fotografie, bestond kon dat alleen maar als er van iemand een portret geschilderd of getekend werd. Sommige portretten zijn groot, andere passen makkelijk in de palm van je hand. Die laatste noemen we miniaturen. Om een portret te laten schilderen moet iemand wel deftig en rijk zijn. En dat zijn de Van Sypesteyns in de loop der eeuwen geworden.

De ‘De Witt’-connectie

Jonkheer Henri wijdt in zijn kasteel één kamer aan de broers Johan en Cornelis de Witt. Deze twee neven van Cornelis Ascanius van de kant van zijn moeder komen vaak bij hun familie in Hillegom op bezoek. Ze zijn blijven voortleven in de geschiedenisboekjes. Helaas, zou je bijna zeggen, want we kennen ze vooral omdat ze in Den Haag in augustus 1672 door het volk zijn gelyncht.

Johan de Witt is een ijverige raadspensionaris van de Republiek geweest. In vijftien jaar tijd laat hij zijn klerken meer dan 22.000 vellen papier alleen al met resoluties (ambtelijke beslissingen) volschrijven. En ook nog eens 534 rapporten. Hij verwaarloost echter het leger en probeert zijn geduchte tegenstander Willem, de prins van Oranje, op allerlei manieren buiten spel te houden.

Het rampjaar 1672
1672 gaat de geschiedenis in als het rampjaar. De Gouden Eeuw nadert zijn einde. Het gaat slecht met de handel en economie. De republiek krijgt oorlog met Frankrijk, terwijl Engeland en de legers van Münster en Keulen een grote bedreiging vormen. Johan de Witt krijgt van dit alles de schuld. In 1672 worden hij en zijn broer vermoord.

De Van Sypesteyns hebben een wisselende relatie met het Huis van Oranje. Nu eens verkeren ze aan het Haagse hof, zoals Beatrijs van Sypesteyn in de 17de-eeuw en, tweehonderd jaar later, Henri’s ouders Jan Willem als directeur van het Koninklijk Huisarchief en Adriana als hofdame. Henri zelf ontvangt in 1929 koningin-moeder Emma in zijn museum. En dat ondanks het feit dat zijn voorvader, Cornelis Ascanius V, zich aan het einde van de 18de-eeuw keert tegen stadhouder Willem V en het patriottisch manifest schrijft.

Nagedachtenis
Bij de moord op beide neven Johan en Cornelis de Witt zijn de Van Sypesteyns nauw betrokken. Het volk plundert hun huis in Haarlem, in de veronderstelling dat Johan zich er verborgen houdt en Sypesteyn, het trotse eigendom van Cornelis Ascanius I in Loosdrecht, valt in vijandige handen.

Henri interesseert zich zeer voor deze familiegeschiedenis en zet zich in voor de nagedachtenis van de gebroeders De Witt. Behalve de portretten van de broers en twee afbeeldingen van de gruwelijke moordpartij in de opstelling, bevindt zich op Sypesteyn een hele collectie zogenaamde Wittianiae, bestaande uit oude boeken, pamfletten en originele brieven.

Op initiatief van jonkheer Henri van Sypesteyn wordt een monument voor de gebroeders De Witt opgericht en in 1918 in Dordrecht onthuld. Een jaar na de dood van zijn ongelukkige neven sneuvelt Cornelis Ascanius aan verwondingen die hij oploopt bij een soldatenoproer in Gorinchem, waar hij Commissaris of wagenmeester te velde is. Zijn weduwe Maria blijft met drie jonge zoons in Haarlem achter.

Verzamelen in de genen

Jonkheer Henri erft zijn belangstelling voor geschiedenis en zijn verzamelwoede van zijn vader Jan Willem van Sypesteyn. Die verzamelt, naast munten en penningen, alles wat op een of andere manier met zijn voorouders te maken heeft. Henri groeit dus op in een huis vol met familieportretten en documenten en wordt later zelf ook een fanatiek verzamelaar.

Jan Willem weet ook veel van de Oranjes. In 1863 wordt hij door koning Willem III belast met het toezicht op diens archief: het Koninklijk Huisarchief. Henri’s moeder komt uit de chique en rijke familie Van Vredenburch en is hofdame van koningin Sophie. Van haar erft Henri zijn sterke wil en doorzettingsvermogen. En, na haar overlijden, ook veel geld!

Henri zorgt ervoor dat hij de familieportretten en andere voorwerpen uit het bezit van ooms en tantes in handen krijgt en brengt ze onder in zijn museum. Van bijna elke generatie is wel een portret van de Van Sypesteyns en aangetrouwde families aanwezig. Door deze verzamelingen in een museum onder te brengen krijgen ze een vaste bestemming. Dat hebben in het verleden trouwens veel particuliere verzamelaars gedaan en dat gebeurt nog steeds. Verzamelen is immers van alle tijden.

Henri: de laatste Van Sypesteyn

Jonkheer Henri heeft geen broers of neven en ook geen kinderen. Hij is de laatste man van zijn tak van de familie Van Sypesteyn. Met zijn dood in 1937 komt er dus een einde aan vijfhonderd jaar Van Sypesteyns.

Het idee van Henri om kasteel Sypesteyn te herbouwen krijgt de steun van de dominee en van de burgemeester en wordt in Loosdrecht enthousiast ontvangen. Hij begint grond terug te kopen en in 1901 bezit hij een stuk van bijna zes hectare – volgens hem de kern van het oorspronkelijke leen. Het kost hem wel 30.000 gulden; een enorm bedrag. Blijkbaar weten enkele eigenaren goed te onderhandelen. Henri begint meteen te graven en vindt fundamenten van… een stenen huis! Dit is voor hem het bewijs, dat er ooit een kasteel Sypesteyn heeft bestaan.

Als het kasteel in 1927 klaar is, laat Henri de verzameling portretten en andere eigendommen van de familie uit Den Haag naar Loosdrecht overbrengen. Door gebruiksvoorwerpen zoals historisch wapentuig, allerlei instrumenten en uurwerken, oude meubels enz. te kopen, weet de kinderloze jonkheer de sfeer van een echt familiekasteel te creëren en zo de herinnering aan zijn deftige familie levend te houden.