Nieuw-Loosdrechtsedijk 150, 1231 LC Loosdrecht, Telefoon: 035-5823208, e-mail: info@sypesteyn.nl

2272x700 kasteel noordzijde

Omgeving en geschiedenis

Om Kasteel-Museum Sypesteyn te begrijpen is het leuk iets te weten over de omgeving en de geschiedenis van Loosdrecht en van het kasteel. Bij elkaar levert dat een boeiend verhaal op. Daarin spelen veen en turf, dijken en water en armoede en een sociaal voelende dominee annex porseleinfabrikant een rol. Maar ook het leen Sypesteyn, waarop misschien wel ooit een kasteel stond, oude tekeningen en documenten, die niet alle vragen beantwoorden en verwoesting en wederopbouw. Bovendien: een spoorzoekende jonkheer, die Loosdrecht wakker schudde en tot bloei trachtte te brengen. Als dit uw nieuwsgierigheid wekt, lees er dan meer over op deze website.

De familie Van Sypesteyn

De eerste bekende officiële documenten over de familie Van Sypesteyn stammen uit de 16e eeuw. Het gaat om een lakenkoopman in Utrecht, wiens nazaten zich tot regenten opwerkten, die belangrijke posities in de toenmalige Republiek vervulden. De familie verhuisde naar Holland, waar de buitenplaats Het Hof van Hillegom in haar bezit kwam. Daar ontvingen ze hoge gasten, zoals hun neef, raadspensionaris Johan de Witt. Het leen Sypesteyn in Loosdrecht werd in de 17e eeuw door de familie aangekocht en het daarop staande huis werd opnieuw opgebouwd en vervolgens bij oorlogshandelingen weer verwoest. De grond werd aan Loosdrechtse boeren verpacht en begin 19e eeuw verkocht aan een bewoner van een boerderij op het terrein. Pas rond het jaar 1900 slaagt jonkheer Henri van Sypesteyn er in de grond weer in de familie terug te brengen. Hij vatte het plan op om het familiekasteel, waarvan hij dacht dat het daar gestaan had, weer op te bouwen. Het zou moeten dienen om de omvangrijke collecties van de verwoede verzamelaar Van Sypesteyn te tonen ter meerdere eer en glorie van zijn voorname familie, waarvan hij de laatste mannelijke telg was.

Loosdrechts porselein

Het witte goud
Marco Polo is rond 1300 de eerste westerling die in het verre Oosten met porselein in aanraking komt. In Europa staat men versteld van de serviezen die in China en Japan zijn gemaakt. In tegenstelling tot het veel grovere aardewerk, dat de mensen in Europa maken zijn deze oosterse serviezen elegant. Hoe kan het dat die vazen, kommen en schalen soms flinterdun zijn en toch geen water doorlaten?

Pas zo'n driehonderd jaar geleden, in 1708, komt de Duitse alchemist Johann Friedrich Böttger achter het geheim van het witte goud. Hij is in dienst van de Saksische koning August de Sterke, een verwoed verzamelaar van Chinees porselein. Wat heeft Böttger uitgevonden? Dat de gewone klei gemengd moet worden met het heel fijne kaolien. En laat daarvan nu in Saksen, ergens tussen Dresden en Leipzig, een ader in de bodem lopen!

Het oorspronkelijk geheim gehouden procédé om wit goud te maken lekt snel uit en onmiddellijk gaan meer mensen het uitproberen. In veel Europese landen schieten fabrieken - manufacturen - als paddestoelen uit de grond. Ieder heeft zo zijn eigen geheime procedé en voorziet zijn producten van een eigen merk. Maar de eerste en meest bekende fabriek blijft die van het Duitse stadje Meissen.

Dominee Joannes de Mol
Zo'n zeventig jaar na Böttger sticht Joannes de Mol, dominee in Oud-Loosdrecht en getrouwd met de niet onbemiddelde Wilhelmina Jacoba van Teylingen, een porseleinfabriek in navolging van een experiment in Weesp. Zoals veel achttiende-eeuwers heeft De Mol belangstelling voor natuurwetenschappelijke experimenten. In 1774 gaat hij in het tuinhuis achter zijn pastorie aan de slag. De resten daarvan zijn teruggevonden, maar er bestaat geen afbeelding van.

Als turfsteken - de belangrijkste bron van inkomsten voor deze omgeving - niet langer lonend is, vervallen de inwoners tot grote armoede. De dominee komt daarom met een werkgelegenheidsproject en trekt uit het buitenland vormers en schilders aan om lokale mensen op te leiden. Al gauw heeft zijn porseleinfabriek zestig man in dienst, onder wie twintig schilders. Er werken ook 25 kinderen. Dezen laat hij dagelijks een aantal uur onderwijs volgen.

Uit het Muiderslot koopt De Mol een partij klei, die overgebleven is van de eerste Hollandse porseleinfabriek die in 1759 in Weesp wordt gesticht maar tien jaar later weer failliet gaat. De grondstoffen die nodig zijn om porselein te maken laat De Mol in het geheim in een kelder aan de Oude Gracht in Utrecht vermengen en per schip naar Loosdrecht vervoeren.

Failliet
De aan de onderzijde met M.O.L. - Manufacture Oud Loosdrecht - gemerkte producten zijn prachtig van kwaliteit, maar vooral beschilderde stukken blijken al gauw te duur. Een kop en schotel kost wel zeven gulden en dat is meer dan een weeksalaris van de meeste mensen! Het arme Loosdrecht is dus geen afzetmarkt en in Amsterdam vindt men natuurlijk ook veel ander fraai porselein te koop.

De Mol verspeelt het kapitaal van zijn vrouw en van zijn Amsterdamse geldschieters. En hij leent steeds meer geld! Zo komt Barbara van der Hoeven, de vrouw van bankier John Hope, in bezit van een kwart van de aandelen. In 1782 gaat de Mol alsnog failliet en, overladen met schulden, moet de dominee zijn fabriek voor 12.000 gulden verkopen. Twee weken later overlijdt hij in Amsterdam.

Het faillissement is niet alleen te wijten aan de concurrentie uit het buitenland, maar ook aan de hoge kostprijs van grondstoffen en de enorme verscheidenheid in de productie. Natuurlijk is het tijdrovender en dus duurder om veel verschillende dingen te maken dan enkele stukken in grote oplages. Na de gedwongen verkoop wordt de porseleinproductie van Loosdrecht verplaatst naar Amsterdam, in de buurt van het huidige Amstelstation. Maar ook de fabriek van het fraaie Amstel porselein sluit in 1820 definitief de deuren.

In de periode 2000 - 2007 heeft de Historische Kring Loosdrecht in Oud-Loosdrecht opgravingen gedaan naar de fundamenten van de voormalige Loosdrechtse porseleinfabriek. Die werden gevonden op het terrein van de voormalige pastorie, schuin tegenover de Nederlands Hervormde kerk. Daarbij werd ook een grote hoeveelheid scherven, misbaksels en hulpmiddelen voor de fabricage van porselein opgegraven.

Henri: de laatste Van Sypesteyn

Jonkheer Henri heeft geen broers of neven en ook geen kinderen. Hij is de laatste man van zijn tak van de familie Van Sypesteyn. Met zijn dood in 1937 komt er dus een einde aan vijfhonderd jaar Van Sypesteyns.

Het idee van Henri om kasteel Sypesteyn te herbouwen krijgt de steun van de dominee en van de burgemeester en wordt in Loosdrecht enthousiast ontvangen. Hij begint grond terug te kopen en in 1901 bezit hij een stuk van bijna zes hectare - volgens hem de kern van het oorspronkelijke leen. Het kost hem wel 30.000 gulden, een enorm bedrag. Blijkbaar weten enkele eigenaren goed te onderhandelen. Henri begint meteen te graven en vindt fundamenten van... een stenen huis! Dit is voor hem het bewijs, dat er ooit een kasteel Sypesteyn heeft bestaan.

Als het kasteel in 1927 klaar is, laat Henri de verzameling portretten en andere eigendommen van de familie uit Den Haag naar Loosdrecht overbrengen. Door gebruiksvoorwerpen zoals historisch wapentuig, allerlei instrumenten en uurwerken, oude meubels enz. te kopen, weet de kinderloze jonkheer de sfeer van een echt familiekasteel te creëren en zo de herinnering aan zijn deftige familie levend te houden.

Verzamelen in de genen

Jonkheer Henri erft zijn belangstelling voor geschiedenis en zijn verzamelwoede van zijn vader Jan Willem van Sypesteyn. Die verzamelt, naast munten en penningen, alles wat op een of andere manier met zijn voorouders te maken heeft. Henri groeit dus op in een huis vol met familieportretten en documenten en wordt later zelf ook een fanatiek verzamelaar.

Jan Willem weet ook veel van de Oranjes. In 1863 wordt hij door koning Willem III belast met het toezicht op diens archief: het Koninklijk Huisarchief. Henri's moeder komt uit de chique en rijke familie Van Vredenburch en is hofdame van koningin Sophie. Van haar erft Henri zijn sterke wil en doorzettingsvermogen. En, na haar overlijden, ook veel geld!

Henri zorgt ervoor dat hij de familieportretten en andere voorwerpen uit het bezit van ooms en tantes in handen krijgt en brengt ze onder in zijn museum. Van bijna elke generatie is wel een portret van de Van Sypesteyns en aangetrouwde families aanwezig. Door deze verzamelingen in een museum onder te brengen, krijgen ze een vaste bestemming. Dat hebben in het verleden trouwens veel particuliere verzamelaars gedaan en het gebeurt nog steeds. Verzamelen is immers van alle tijden.
  • 1
  • 2
Henri 96x100Sypesteyn

Sypesteyn: de droom van jonkheer Henri
Henri 96x100Sypesteyn zonder achtergrond 200x100

Sypesteyn: de droom van jonkheer Henri
Henri 96x100

Sypesteyn: de droom van jonkheer Henri