Nieuw-Loosdrechtsedijk 150, 1231 LC Loosdrecht, Telefoon: 035-5823208, e-mail: info@sypesteyn.nl

2272x700 kasteel noordzijde

De bouw van het kasteel

Spoorzoeken in Loosdrecht
In 1884 komt jonkheer Henri van Sypesteyn voor het eerst op bezoek in Loosdrecht. Hij is dan 26 jaar oud en wordt vergezeld door zijn oom, jonkheer C.A. van Sypesteyn, de oud-gouverneur van Suriname. De plek waarop het kasteel zou hebben gestaan - schuin tegenover de Sijpekerk - kan hij makkelijk terugvinden. Er staan een paar boerderijen op. En de burgemeester, eigenaar van het weiland er achter, blijkt nog twee stenen te hebben met het wapen van Sypesteyn. Cornelis Ascanius heeft deze, zo staat in de familiepapieren, in 1664 laten maken en ze zijn nog op een oude tekening te zien.

Het idee van jonkheer Henri om Sypesteyn te herbouwen krijgt de steun van de dominee en van de burgemeester en wordt in Loosdrecht enthousiast ontvangen. Hij begint grond terug te kopen en in 1901 bezit hij een stuk van bijna zes hectare, volgens hem de kern van het oorspronkelijke leen. Het kost hem wel 30.000 gulden, een enorm bedrag. Blijkbaar weten enkele eigenaren goed te onderhandelen. Henri begint meteen te graven en vindt fundamenten van... een stenen huis! Dit is voor hem het bewijs, dat er ooit een kasteel Sypesteyn heeft bestaan.

Loosdrecht wakker geschud
De inwoners van Loosdrecht zijn enthousiast over de komst van jonkheer Henri en zijn plannen. En al helemaal wanneer hij inderdaad oude fundamenten opgraaft. In 1899 schrijft de plaatselijke krant: 'De kans bestaat dat Loosdrecht met de mogelijke herbouw van het kasteel spoedig ene plaats in de historie zal herkrijgen'.

Niet iedereen wil zijn grond zomaar verkopen, maar de voornaamste burgers en ook landbouwer Floor en veldwachter Snel, zien in een herbouw van het kasteel voordelen voor Loosdrecht. Sypesteyns optreden heeft de gemeente wakker geschud en de burgerij goed gedaan.

In 1901 maakt Van Sypesteyn een begin met de aanleg van tuin en park, in 1907 laat hij een begin maken met de ommuring, bruggen en bijgebouwen. De herbouw van het kasteel neemt vijftien jaar in beslag, nadat in 1911 fundamenten zijn blootgelegd. Bij de herbouw werkt Van Sypesteyn eerst samen met de architect W. de Vrind jr., maar na meningsverschillen wordt de bouw uitbesteed aan Loosdrechtse vaklieden, zoals aannemer G.A. Blonk en timmerman J. Hennipman. In 1912 komt de toren gereed en van daar uit worden de overige delen gebouwd. In 1927 wordt de bouw stopgezet; het kasteel blijft onvoltooid. Van dan af is Sypesteyn als kasteel-museum geopend.

Loosdrechts Bloei
De jonkheer wil Loosdrecht tot bloei brengen en toeristen lokken. Daarvoor is een betere verbinding met Hilversum nodig en er moet een paardentram komen. De Bree & Dolman, een firma met omnibussen, krijgt daarom van de gemeente subsidie. Om steun te krijgen voor zijn plannen richt Van Sypesteyn een vereniging op, Loosdrechts Bloei, om het toerisme te bevorderen. Maar dat loopt uit op ruzie en boos gaat de jonkheer zijn eigen weg.

Loosdrecht heeft de tijd mee. Eind negentiende eeuw groeit de belangstelling voor de natuur en daarmee voor de schoonheid van het dorp. Bovendien stijgt de populariteit van de fiets. Er komt een botenverhuur, er wordt een zwembad aangelegd en in 1932 is Loosdrecht een der voornaamste plaatsen in Nederland, bezocht door duizenden toeristen. Mét een kasteel-museum!

De 'De Witt'-connectie

Jonkheer Henri wijdt in zijn kasteel één kamer aan de broers Johan en Cornelis de Witt. Deze twee neven van Cornelis Ascanius van de kant van zijn moeder komen vaak bij hun familie in Hillegom op bezoek. Ze zijn blijven voortleven in de geschiedenisboekjes. Helaas, zou je bijna zeggen, want we kennen ze vooral omdat ze in Den Haag in augustus 1672 door het volk zijn gelyncht.

Johan de Witt is een ijverige raadspensionaris van de Republiek geweest. In vijftien jaar tijd laat hij zijn klerken meer dan 22.000 vellen papier alleen al met resoluties (ambtelijke beslissingen) volschrijven. En ook nog eens 534 rapporten. Hij verwaarloost echter het leger en probeert zijn geducht tegenstander Willem, de prins van Oranje, op allerlei manieren buiten spel te houden.

Het rampjaar 1672
1672 gaat de geschiedenis in als het Rampjaar. De Gouden Eeuw nadert zijn einde. Het gaat slecht met de handel en economie. De republiek krijgt oorlog met Frankrijk, terwijl Engeland en de legers van Münster en Keulen een grote bedreiging vormen. Johan de Witt krijgt van dit alles de schuld. In 1672 worden hij en zijn broer vermoord door het volk. Dat is daartoe aangezet en betaald door de prins van Oranje. Die wordt als Willem III stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. In 1688 wordt hij bovendien koning van Engeland.

De Van Sypesteyns hebben een wisselende relatie met het Huis van Oranje. Nu eens verkeren ze aan het Haagse hof, zoals Beatrijs van Sypesteyn in de zeventiende eeuw en, tweehonderd jaar later, Henri's ouders Jan Willem als directeur van het Koninklijk Huisarchief en Adriana als hofdame. Henri zelf ontvangt in 1929 koningin-moeder Emma in zijn museum. En dat ondanks het feit, dat Cornelis Ascanius V zich aan het einde van de achttiende eeuw keert tegen stadhouder Willem V en het patriottisch manifest schrijft.

Nagedachtenis
Bij de moord op beide neven Johan en Cornelis de Witt zijn de Van Sypesteyns nauw betrokken. Het volk plundert hun huis in Haarlem, in de veronderstelling dat Johan zich er verborgen houdt, en Sypesteyn, het trotse eigendom van Cornelis Ascanius I in Loosdrecht, valt in vijandige handen.

Henri interesseert zich zeer voor deze familiegeschiedenis en zet zich in voor de nagedachtenis van de De Witten. Op Sypesteyn hangen veel portretten van de broers en zelfs twee afbeeldingen van de gruwelijke moordpartij! En op zolder liggen meer dan vierhonderd pamfletten die hij bijeengebracht heeft.

Op initiatief van jonkheer Henri van Sypesteyn wordt een monument voor de gebroeders De Witt opgericht en in 1918 in Dordrecht onthuld. Zonder dat daar een lid van het Oranjehuis bij aanwezig is! Een jaar na de dood van zijn ongelukkige neven sneuvelt Cornelis Ascanius aan verwondingen die hij oploopt bij een soldatenoproer in Gorinchem, waar hij Commissaris of wagenmeester te velde is. Zijn weduwe Maria blijft met drie jonge zoons in Haarlem achter.

Voorname familie

Voor zover bekend spelen de Van Sypesteyns al sinds het midden van de zestiende eeuw een voorname rol. Zij zijn rijk geworden van de lakenhandel. Dat geeft aanzien en de Spaanse koning - later de Oranjes - benoemt hen in diverse openbare functies. Begin negentiende eeuw doet Wigbold van Sypesteyn alle moeite om voor zijn geslacht een adellijke titel te verkrijgen. Omdat hij geen afstamming kan bewijzen tot in de dertiende eeuw, wijst de Hoge Raad van Adel zijn verzoek af. Maar koning Willem I verheft de Van Sypesteyns, samen met andere Nederlandse families, in september 1815 in de adelstand ter gelegenheid van zijn inhuldiging 'willende, bij gelegenheid der vestiging van de Koninklijke Magt en van Onze inhuldiging, een blijk Onzer genegenheid geven'. Een poging van vader Jan Willem van Sypesteyn om alsnog écht een titel te krijgen, wordt in 1844 opnieuw afgewezen.

Stamboom
Iedereen heeft twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders enz. Zet je jezelf onderaan een tekening en vroegere generaties daar steeds boven, dan ontstaat de vorm van een boom: Die familie- of stamboom wordt naar boven toe steeds breder. Je kunt ook nog zij-takken toevoegen: je broers en je zussen, ooms en tantes en daar weer de kinderen van. Dat geldt natuurlijk ook voor de Van Sypesteyns.

In 1670 laat Cornelis Ascanius I van Sypesteyn, Heer van Hillegom, als eerste in de familie zo'n stamboom schilderen. Die gaat tot Willem Hallinck terug. Dat is niet verwonderlijk wanneer je bedenkt, dat Willem Hallinck de eerste met name genoemde bewoner is van de plek waar de ruïne staat, die Cornelis Ascanius in 1664 koopt en op laat knappen. Onder aan die stamboom heeft hij als trotse eigenaar het kasteel met schuin er tegenover de Sijpekerk laten afbeelden.

Na deze Cornelis Ascanius volgen nog dertien generaties, voordat we bij de laatste jonkheer, Henri terecht komen. Daarin komt negen keer de naam Cornelis Ascanius voor. Om die negen uit elkaar te houden nummeren we ze eenvoudig van I t/m IX.

Familiewapen
Op het stenen toegangshek laat Cornelis Ascanius de familiewapens aanbrengen van zijn eigen familie en van die van zijn vrouw Maria van der Horn. Je hebt zo'n symbool of herkenningsteken als je van adel of van een voorname familie bent. Ook steden en landen hebben zo'n symbool.

In de Middeleeuwen dragen officiële boodschappers of herauten (Engels: herolds) dat herkenningsteken van hun heer duidelijk zichtbaar op hun kleding. Daar komt het woord heraldiek (wapenkunde) vandaan. Ridders voeren de familiesymbolen op hun schild zodat anderen, ook als ze door hun helm onherkenbaar zijn, weten wie ze tegenover zich hebben. Daarom heeft een familiewapen vaak de vorm van een schild. Je komt zo'n wapen nog wel tegen op documenten of op officieel briefpapier.

Op het Sypesteyn-wapen staan drie vogels afgebeeld zonder snavel en zonder poten. Het zijn zogenaamde merletten. Natuurlijk bestaat zo'n vogel niet in het echt, maar in de heraldiek kan dit allemaal. Verder is het wapen rood en geel, kleuren die je weer terugvindt op de luiken van het kasteel.

Naar Haarlem
Utrecht is in de zestiende eeuw een van de belangrijkste steden van ons land en tot in de zeventiende eeuw vind je de naam Van Sypesteyn regelmatig terug als burgemeester en een aantal keren als domkanunnik, een erebaantje in de kerk, dat jaarlijks een mooie som geld oplevert. In het Van Sypesteyn-archief bevinden zich gegevens over Evert Lambertsz van Sypesteyn. Van deze Utrechtse lakenkoopman weten we dat hij in 1529 is getrouwd met Geertruid Hoyer. Van zijn vader, die natuurlijk Lambert geheten moet hebben, geen spoor en dus is Evert Lambertsz de eerste ons bekende Van Sypesteyn. Hij overlijdt in 1577 en zijn vrouw en hij worden in de Utrechtse Buurkerk begraven. Van hun zoons Maarten Evertsz en Hendrik Evertsz hangen portretten in de Lage Zaal van Sypesteyn.

Maarten Evertsz trouwt met Beatrix Schade. Hij begint, net als zijn vader, als lakenkoopman, maar als hij achtentwintig jaar oud is, wordt hij Commissaris des Vivres (levensmiddelen) in het leger van Philips II. Een paar jaar later kiest hij de kant van Willem van Oranje en krijgt dan in het opstandelingenleger dezelfde functie. Zijn zoon Johan Maartensz trouwt met Catharina. Ze komt uit de rijke familie Van Nijenrode en Johan Maartensz kan zo de buitenplaats 't Hof van Hillegom aan het bezit van de Van Sypesteyns toevoegen. Hij verhuist ook naar Hillegom en wordt de stamvader van de Haarlemse Van Sypesteyns. Zijn portret en die van zijn schoonouders Cornelis van Nijenrode en Catharijna van Nevenum hangen in de gotische kamer in Sypesteyn.

Het stadhouderlijk hof
Van Johan zijn twee almanakken uit 1595 en 1599 bewaard gebleven, die tot de oudste in Nederland behoren. De piepkleine boekjes zijn zeldzaam. Ze waren eigenlijk voor huis-, tuin- en keukengebruik bedoeld, gingen snel kapot en werden dus meestal niet bewaard.

In het kalenderdeel maakt Johan aantekeningen over zijn reizen. De meeste ervan zijn kort en vermelden voornamelijk waar hij is of waar hij naar toegaat. Bijvoorbeeld: van Leiden tot Warmond. Van Den Haag naar Hillegom etc. Op 13 mei 1595 staat - kort en schijnbaar zonder emotie - een aantekening van heel andere aard: 'Mijn zoon Cornelis inden Haghe gestorven, den 14de in de grote kerck bij zijn mo(e)der begraven..'. Hieruit mogen we opmaken, dat Johan eerder weduwnaar is en deze Cornelis uit dit eerdere huwelijk geboren. Hij en Catharina krijgen in datzelfde jaar opnieuw een zoon die zij Cornelis noemen; ze hebben dan al een dochter, Beatrijs van Sypesteyn.

Johan wordt een gerespecteerd heer en ook zijn kinderen sluiten zeer goede huwelijken: Cornelis trouwt met Geertruid van den Corput, dochter van een voornaam Dordrechts koopman en regent. Beatrijs wordt in 1613 de vrouw van Jacob van der Does, raad en griffier van stadhouder Frederik Hendrik en beheerder van de goederen van de Oranjes in Frankrijk. Daarmee verkeert Beatrijs aan het stadhouderlijk hof van Frederik Hendrik en Amalia van Solms.

Familieportretten
Wij vinden het nu vanzelfsprekend om foto's van familieleden in huis te hebben. Maar wanneer er nog geen fotografie bestaat, kan zoiets alleen maar, als er van iemand een portret geschilderd of getekend is. Sommige portretten zijn groot, andere passen makkelijk in de palm van je hand. Die laatste noemen we miniaturen. Om een portret te laten schilderen moet zo iemand wel deftig en rijk zijn. En dat zijn de Van Sypesteyns in de loop der eeuwen geworden.

Een stenen huis aan de Sype

In de kamer van Henri's vader hangt een tekening van een kasteel met als titel 't huys Sypesteyn Ao (= anno: in het jaar) 1568'. Is dat toeval? Zou dat kasteel niet van zijn familie kunnen zijn? En waar staat of stond dat dan? Misschien heeft zijn moeder hem wel verteld dat er tegenover de Loosdrechtse Sijpekerk ooit een kasteel stond en dat Van Sypesteyn oorspronkelijk afkomstig van een stenen huis in Sype betekent.

Helaas zijn de oudste registers, waarin de lenen van Mijnden zijn ingeschreven, verloren gegaan en kunnen we niet verder terugkijken dan 1572. In dat jaar wordt ene Aert Abramsz van Sijpesteijn - voorvader van de jonkheer? - beleend met het goed. De boerderij, met erf, tuin en wellicht boomgaard ligt aan de weg, terwijl sloten tot aan de Drecht de zijgrenzen vormen.

In 1591 wordt het leen in twee delen gesplitst: de principale huijsinge ende hofstede – het hoofdhuis in het westen, dat al in 1589 als ruïne staat beschreven - en een oostelijk deel: seekere erve en hofstede met twee huiskens. Daarbij betekent hofstede het terrein en huijsinge het huis, wat waarschijnlijk mede de waarde bepaalt.

In 1664 koopt Cornelis Ascanius van Sypesteyn uit Hillegom het leen dat al zijn naam draagt, voor 2600 gulden en noemt zich dan naast Heer van Hillegom ook Heer van Sypesteyn. Hij beschrijft het huis als een ruïne maar knapt het meteen op waarschijnlijk, want in 1670 is de geschatte waarde 3000 gulden.

Veel plezier heeft hij er niet van: hij sneuvelt in 1673 en in dezelfde tijd wordt het herbouwde huis bij gevechten tussen het Franse leger en soldaten van Willem III zwaar beschadigd. Sypesteyn ...doet niets ter werelt in huijr also door de vijand vernielt en nu ten ene maal vervallen is, lezen we in de boedel van zijn weduwe, Maria van der Horn.

De geschiedenis van Loosdrecht

Moeras op de grens
Dankzij een oorkonde uit 1085 weten we dat bisschop Koenraad veenland ten oosten van de Vecht aan het Utrechtse kapittel van Sint Jan schenkt. De streek is een moeras op de grens tussen het gebied van de bisschop van Utrecht en de heren van Amstel. Gijsbrecht, de bekendste van deze laatsten, schenkt het onontgonnen gebied ten oosten van de Vecht aan zijn zoon Egidius. De intelligente en daadkrachtige zoon begint ca. 1225 met de ontwikkeling van het gebied door sloten te graven en een afwateringssysteem op het riviertje de Drecht aan te leggen. Zo ontstaat de Ster van Loosdrecht, een uniek systeem, dat nog helemaal intact is. De lange stroken land krijgen de onderdanen in leen van Egidius, die zich Heer van Amstel en Mijnden gaat noemen en die in 1235 zelfs ridder genoemd wordt.

Rond de ster wordt als in een grote U een dijk aangelegd: de Oud- en Nieuw- Loosdrechtsedijk. Aan het eind daarvan ligt Ter Sype, een iets hoger gelegen stuk zandgrond (het huidige Nieuw-Loosdrecht), vanwaar het water de Drecht in sypelde. De Loosdrechtse plassen bestaan dan nog niet! De naam Loosdrecht komt in 1298 voor het eerst in een document voor en rond 1300 is er sprake van een kerk.

Jagers en vissers versus boeren
Honderd jaar later heeft Ter Sype voldoende inwoners om een kerkje te kunnen betalen. We weten dat er vanaf 1400 een kapel is. Men hoeft dan niet meer naar Oud-Loosdrecht om de mis te volgen, om gedoopt te worden of om te trouwen. Voorheen zal dat in de winter een barre tocht geweest zijn. Bovendien kan men het niet goed met elkaar vinden, schijnt het; Oud-Loosdrecht wordt bevolkt door vooral jagers en vissers die oorspronkelijk uit de Vechtstreek komen en in Ter Sype wonen boeren, afkomstig uit het Gooi. In Ter Sype ligt ook Sypesteyn, een van de honderd lenen van Mijnden.

Veen en turf
In het middeleeuwse Loosdrecht is er niet veel werk voor de bewoners. Gelukkig bestaat de bodem van het gebied rondom uit veengrond. Veen wordt sinds de Middeleeuwen in de vorm van turf gebruikt als brandstof. Maar het gebruik ervan is al veel ouder; de Romeinen schrijven al over de gewoonte om modder tot ballen te draaien en die te gebruiken als brandstof!

Rondom Loosdrecht is vooral in de zeventiende en achttiende eeuw veel turf gestoken. Het veen legde men te drogen op een zogenaamde legakker: een smalle en lange strook grond in het veen, die door water of moerassige grond omgeven is. De structuur van die legakkers zie je heel goed terug in de omgeving van Loosdrecht. Tot in de tuin van Sypesteyn!

Loosdrechtse Plassen en porselein
Turf is in Holland en Vlaanderen tot de komst van de steenkool in de negentiende eeuw de belangrijkste brandstof. De groeiende steden hebben grote behoefte aan de brandstof en turf wordt daarom in West-Nederland op grote schaal gebaggerd. Er ontstaan veel grote plassen, zoals de Nieuwkoopse, de Vinkeveense en dus ook de Loosdrechtse Plassen. Veel daarvan zijn later ingepolderd om het verlies aan land binnen de perken te houden. Andere plassen zijn echter nog aanwezig en zijn nu vaak voor de recreatie bestemd of als natuurreservaat.

In Loosdrecht komt rond 1750 een verbod op het turfsteken. Men is bang dat anders het hele gebied in één groot meer verandert. Dat leidt natuurlijk tot grote werkloosheid. Daarom besluit de Loosdrechtse dominee Joannes de Mol om een porseleinfabriek te openen en zo de Loosdrechtenaren aan werk te helpen. In 1774 gaat de fabriek van start en al gauw kunnen zo'n zestig volwassenen en vijfentwintig kinderen aan het werk. In 1782 gaat De Mol failliet en wordt zijn porseleinfabriek verkocht. In 1784 wordt de productie verplaatst naar de rand van Amsterdam.
  • 1
  • 2
Henri 96x100Sypesteyn

Sypesteyn: de droom van jonkheer Henri
Henri 96x100Sypesteyn zonder achtergrond 200x100

Sypesteyn: de droom van jonkheer Henri
Henri 96x100

Sypesteyn: de droom van jonkheer Henri