Beverboom

Magnolia accuminata
Van nature groeien Magnolia’s zowel in de Himalaya en Zuidoost China als in Noord- en Midden Amerika. Er bestaan meer dan driehonderd soorten. De Franse botanicus Plumier (1646-1704) introduceerde de naam Magnolia in 1703 toen hij een soort vond op het eiland Martinique. De boom is vernoemd naar Pierre Magnol (1638-1715), een botanicus uit Montpellier. De Magnolia accuminata is een forse variant, die stamt uit het oosten van de V.S. en Canada. Zij bloeit in mei en juni met geel groenige bloemen. In Nederland is de Magnolia accuminata zeldzaam, dit exemplaar is uitzonderlijk groot.

Bitternoot

Carya cordiformis
Van de vele Noord-Amerikaanse hickory’s die in Europa zijn ingevoerd is de winterharde bitternoot het meest succesvol. De boom is nauw verwant aan de okkernoot, maar de vruchten van de Bitternoot zijn niet te eten.
Toch is het een heel nuttige boom. Het hout is taai, sterk en buigzaam en absorbeert schokken zonder te splinteren. Het wordt gebruikt voor sportartikelen zoals ski’s en voor handgrepen van turnmateriaal. Op Sypesteyn is de boom aangeplant vanwege zijn sierwaarde en fraaie herfsttinten. Op latere leeftijd krijgt de schors schilferachtige richels.

Geelhout

Cladastris lutea (kentukea)
Het (Amerikaanse) geelhout komt oorspronkelijk uit het oosten van de Verenigde Staten. Ook daar is het niet een veel voorkomende boom. De overige zes geelhout boomsoorten vinden hun oorsprong in Azië. Het is een langzame groeier. Minimaal tien jaar duurt het voordat het jonge boompje gaat bloeien. Helaas laat deze zomerbloeier maar om de 2 à 5 jaar zijn rijke bloesem zien. Dan is het feest voor de bijen, maar ook wij kunnen ogen en neus de kost geven. Vroeger werden de gele houtvezels gebruikt om stoffen te verven. De takken zijn behoorlijk kwetsbaar en breken snel af. Ook deze oude boom heeft een enorme tak verloren. Je zou het niet zeggen, maar deze reus behoort tot de familie van de boon.

Japanse notenboom

Ginkgo biloba
De Ginkgo is de enige nog levende soort van het prehistorische geslacht van de Ginkgoales. Miljoenen jaren oude fossielen komen overeen met deze Ginkgo. Het blad heeft parallel uitwaaierende nerven en aan de bovenkant een insnijding. Volgens de dichter Goethe twijfelt het blad, net als een verliefde ziel, of het één is of twee.
Waar deze bijzondere soort in ons land wordt geplant, kiest men meestal voor mannelijke bomen. De Sypesteyn Ginkgo is een zeldzaam vrouwelijk exemplaar. De vrouwelijke Ginkgo heeft een weelderiger vorm, maar is minder gewild vanwege de stinkende vruchten die zij in het najaar laat vallen.

Katsoera

Cercidiphyllum japonicum
De katsoera is inheems in China en Japan. Daar wordt hij wel tot vijfenveertig meter hoog. Het gele hout wordt gebruikt voor meubels. De katsoera werd in 1881 vanwege zijn sierlijke vorm geïntroduceerd in Europa; in Nederland werd hij voor het eerst in 1887 geplant in de Amsterdamse Hortus Botanicus. Onze boom dateert van 1903 en is met zijn stamomtrek van drie meter dertig de dikste van Nederland!
De boom bloeit in maart met fijne rode bloesem. In oktober kleurt het blad prachtig geel. Vanwege de bladvorm en de geur van het afgevallen blad wordt de katsoera ook hartjesboom of koekjes boom genoemd.

Hollandse linde

Tilia europaea
Als symbool voor huislijkheid en rechtvaardigheid, werd de lindeboom vanouds geplant in de bebouwde omgeving. Geen boom is zo vaak bezongen als de
linde. De bladeren zijn hartvormig; wanneer de linde vrij staat dan heeft de boom als geheel eenzelfde vorm als het blad. De Hollandse linde is een kruising van de zomerlinde en de winterlinde en kan veertig meter hoog worden. Deze monumentale exemplaren zijn geregistreerd in het Landelijk Register Monumentale Bomen van de Bomenstichting. De linde bloeit in juni met geelgroene geurige bloemen. Aan de vruchten zit een vleugeltje waarmee de boom zijn zaad verspreidt.

Moerascipres

Taxodium distichum
Deze prachtige boom heeft een groeiwijze, die is aangepast aan de brak- en zoetwatermoerassen van het zuidoosten van de Verenigde Staten. Als de boom in het water staat, maakt hij lucht- of ademwortels. Deze pneumatoforen zorgen voor extra transport van zuurstof. Dit exemplaar maakt geen ademwortels omdat hij hoog genoeg op de oever staat. Op deze plek krijgt hij met alléén grond wortels voldoende zuurstof uit de bodem. De moerascypres werd in de zeventiende eeuw in Europa geïntroduceerd door de Britse natuuronderzoeker John Tradescant. De boom geeft een mooie gouden herfstkleur. De naalden vallen laat in de herfst af.

Zwarte moerbezie

Morus nigra
De moerbeiboom heeft een grillige vorm. De schors heeft groeven, vezelige randen en knobbels. De kroon bestaat uit ruwe, gedraaide takken. Mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten in aparte katjes. De mannelijke kort en fors, de vrouwelijke ronder van vorm. De vruchten lijken op frambozen. In het begin zijn ze groen, later worden ze oranje en tenslotte bloedrood.
In de Oudheid werd de donkere kleur in verband gebracht met Ovidius’ verhaal van Pyramus en Thisbe, die elkaar onder de moerbeiboom ontmoetten. De vruchten waren toen wit, maar zouden voor altijd donker kleuren door de bloedige dood van de geliefden.

Perzische hazelaar

Parrotia persica
Oorspronkelijk groeit de Parrotia op vochtige hellingen in Rusland. De boom werd ontdekt door en vernoemd naar de Duitse natuuronderzoeker Friedrich W. Parrot (1792-1841). Deze ondernam veel expedities en was in 1829 de eerste die de Ararat beklom. Bij ons is de boom aangeplant om zijn sierwaarde. De boom bloeit in maart met bundels rode meel draden. De herfstkleuren zijn spectaculair: geel, oranje en rood. Oude exemplaren krijgen een afschilferende schors.
In de tuin bevindt zich behalve een aantal vrijstaande bomen ook een uit Parrotia gesnoeide poort. Bij het knippen hiervan kun je zonder breuk op dunne takjes staan. Zijn bijnaam is dan ook ijzerhout.

Tamme kastanje

Castanea sativa
De tamme kastanje is inheems in de landen rond de Middellandse zee. De Romeinen maakten van de vruchten een soort pap, polenta genoemd. Via de Romeinen is de boom in onze streken geïntroduceerd. Doordat de zomers hier koeler zijn, blijven de vruchten kleiner. De tamme kastanjes op Sypesteyn vormen een krans op het voorplein. Er nestelen holenbroeders in zoals spechten, uilen, duiven en kauwen.
In de tijd van de jonkheer mochten de kinderen uit Loosdrecht kastanjes komen rapen. Hij ging zelf naar de scholen, om te melden dat de kastanjes op de grond lagen.

Taxusdepot

Taxus baccata
Toen jonkheer Van Sypesteyn zijn tuin aanlegde, liet hij zich niet alleen leiden door persoonlijke smaak. Hij streefde vastberaden naar eerherstel voor de oude Nederlandse tuinkunst. Daarbij hoorde ook Ars Topiaria of vormsnoei van hagen en struiken. Deze taxussen werden in allerlei strakke vormen gesnoeid om later elders in de tuin te worden herplaatst. Dit later is er nooit van gekomen. In dit taxusdepot is de tijd van jonkheer Van Sypesteyn stil blijven staan.

Treurhoningboom

Sophora japonica ‘Pendula’
De honingboom is inheems in China en Korea. In Japan wordt hij als tempelboom en heilige boom
op begraafplaatsen vereerd. In 1747 kwamen de eerste zaden door de Franse jezuïetenmissionaris Pater Incarville naar de botanische tuin van Parijs. Tegenwoordig heet de honingboom Styphnolobium japonicum. De gewone honingboom bloeit met lange vlinder bloemige pluimen. Ze bevatten veel nectar en worden bezocht door honingbijen. De bloemknoppen leveren een lichtgele kleurstof die in Azië als verfmiddel wordt gebruikt. De ‘Pendula’ heeft de vorm van een paraplu en een karakteristieke wirwar van takken. De takken en twijgen zijn groen en afhangend.

Vaantjesboom

Davidia involucrata
Volgroeide exemplaren van deze vaantjes- of zakdoekjesboom zijn in onze streken uiterst zeldzaam. De boom is genoemd naar de Franse Jezuïet Père David die hem in 1868 in China ontdekte. De eerste Vaantjesboom arriveerde in Europa aan het einde van de negentiende eeuw en bloeide voor het eerst in 1906. Dit exemplaar is
inmiddels ruim een eeuw oud. De bloei in mei is een spektakel door de grote frêle witte schut bladeren die zich om de bloem draperen. Na de bloei lijkt het gras bezaaid met doekjes.

Japanse Zelkova

Zelkova serrata
Deze bijzonder sierlijke boom werd door de negen tiende-eeuwse Duitse verzamelaar Karl von Siebold ontdekt in een Japanse tempeltuin. In Europa is het nog steeds een zeldzame boom in tuinen en parken. De Zelkova of Keaki behoort tot de iepenfamilie, maar is niet gevoelig voor de iepenziekte. De stam heeft oranje vlekken door afschilferende bast. In Japan wordt de het fijnnervige hout gebruikt om meubels te fineren. De bladeren hebben gezaagde randen met scherpe punten en zijn in de herfst goud geel gekleurd. Het exemplaar in de tuin van Sypesteyn heeft een omtrek van bijna drie meter.

Zie verder: Tuinelementen deel 2